Staatscommissie herijking ouderschap, een stap vooruit of niet?

Eind vorig jaar is na jaren van onderzoek de ingestelde staatscommissie herijking ouderschap met het rapport gekomen genaamd “ Kind en ouder in de 21e eeuw “ waarin modernisering van het familierecht wordt gepresenteerd. Voor met name LHBT’ers met een kinderwens zou dit rapport een aderlating moeten zijn en de huidige problemen moeten aanpakken. Echter, is dit rapport wel een vooruitgang en lost het de problemen op? Een analyse is geboden.

De staatscommissie is een weerspiegeling geweest van: overheid, justitie, experts uit de rechtspraktijk en LHBT organisaties. Het rapport bevat aanbevelingen aan de politiek ter modernisering van de wetgeving omtrent juridisch ouderschap zodat dit aansluit bij de huidige en toekomstige diverse gezinssituaties. Feit van algemene bekendheid is dat LHBT’ers problemen ondervinden bij de huidige wetgeving omdat deze niet voorziet in het verstrekken van gelijke rechten bij kinderen bij lesbische- en homoparen (regenbooggezinnen/meeroudergezinnen). Twee mannen en twee vrouwen kunnen immers biologisch gezien geen kind op de wereld zetten en deze aloude gedachte dient dus te worden gemoderniseerd. De Staatscommissie wil de belangen van kinderen in alle mogelijke gezinssituaties waarborgen en komt met enkele aanbevelingen.

Belangrijke aanbevelingen hebben betrekking op juridisch meerouderschap en meerouderlijk gezag. Een kind zou maximaal vier juridisch ouders kunnen hebben en daaruit voortvloeiend zouden ook maximaal vier ouders gezag kunnen hebben over een kind Bij dit meerouderlijk gezag wordt aangesloten bij de voorgestelde voorwaarden voor meerouderschap. In het kort dienen ouders vóór de conceptie van het kind aan de rechter een meerouderschapsovereenkomt te overleggen waarin afspraken zijn vastgelegd over onder meer zorg- en opvoedingstaken, hoofdverblijfplaats, verdeling van de financiële lasten en afspraken over de geslachtsnaam van het kind. Daarnaast zal ook een bijzonder curator worden benoemd die de rechter moet adviseren over de zorgvuldigheid van het traject. Daarbij is opgemerkt dat er een duidelijk aanwijsbare band dient te bestaan tussen alle ouders enerzijds en het kind anderzijds.

Dit alles overzien komt bij mij het beeld naar voren dat er voor wat betreft de meerouderschapsovereenkomst niet veel zal veranderen. Deze overeenkomst verschilt qua inhoud niet veel van de donorovereenkomsten die door experts al jaren worden opgesteld, of door een notaris per akte wordt opgemaakt. Enige duidelijk verschil is dat in het rapport wordt aanbevolen wettelijk vast te leggen dat afspraken aan de rechter moeten worden voorgelegd. Mijn rechtspraktijk laat echter ook zien dat met name lesbische stellen juist met donor willen afspreken om geen rechtsgrond te laten ontstaan voor de mannelijke donor en voor de donor daarentegen alle financiële verantwoordelijkheid af te weren.

Essentie van het rapport is dat er meerouderschap en meerouderlijk gezag mogelijk wordt gemaakt voor maximaal vier personen. En juist bij dit voorstel gaan bij de meeste familierecht advocaten als eerste reactie de haren recht overeind staan omdat de huidige rechtspraktijk bij twee ouders al lastig en schrijnend genoeg is. Uiteraard zien advocaten en rechters enkel de situaties waarin ouders strijd voeren en lijnrecht tegenover elkaar staan, maar het geeft wel weer dat er in vele gevallen te rooskleurig en positief over meerouderlijk gezag wordt gedacht. Gezagskwesties tussen ouders betreffen bijvoorbeeld discussies over woonplaats van het kind bij verhuizing van een ouder in Nederland, internationale verhuizingen, schoolkeuze, beslissingen over (medische) behandelingen. Tussen twee juridisch ouders onderling is een gezagsbeslissing al een gewikkelde opgave, ook voor een rechter, voor vier juridische ouders wordt het nog complexer. Hoe de omgang met het kind bij scheiding bij vier juridische ouders wordt bepaald en verdeeld is nog onbekend. In het verlengde daarvan kan ook de kwestie worden benoemd over de rechten van grootouders bij vier juridische ouders. De politiek heeft ook al geluiden laten horen om grootouders een wettelijk omgangsrecht toe te kennen. Een kind heeft in die situatie acht grootouders met omgangsrecht naast het omgangsrecht van de vier juridische ouders. Is dit een gewenste situatie en is dit niet te veel een getouwtrek aan een kind?

Al met al zijn de experts in het werkveld zeer kritisch op het rapport. De Vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediatiors ( vFAS ) gaat in de aankomende jaarvergadering uitgebreid aandacht besteden aan het rapport, te meer omdat zij hierin in de laatste fase niet zijn gehoord. Een gesprek met een kinderrechter ( zelf behorend tot de LHBT gemeenschap ) heeft bij mij al duidelijk gemaakt dat ook de rechtelijke macht kritisch is. “ Staat het belang van het kind wel voorop met dit rapport “ is de conclusie van dit gesprek en raakt mijns inziens ook de kern. Het is zeer de vraag of de huidige plannen in het belang van het kind zijn, of eigenlijk meer in het belang van de ouders zijn. Van aanwezigen tijdens de presentatie van het rapport heb ik vernomen dat de LHBT gemeenschap stond te juichen met dit rapport, maar mijns inziens wordt er wel te vroeg gejuicht omdat dit rapport vele kritische punten heeft die door het enthousiasme onderbelicht raken. Leidt het wel tot het gewenste doel en vertegenwoordigd het wel het juiste belang? Meerouderlijk gezag in het huidige voorstel is mijns inziens niet de oplossing, maar het is nu aan de politiek om dit rapport van de Staatscommissie wel of niet in de huidige vorm op te pakken.

In voorgaande is geprobeerd een standpunt weer te geven over de scherpe randjes van het rapport van de Staatscommissie. Indien u naar aanleiding van dit bericht vragen heeft kunt u contact opnemen met de advocaat van Gaylegal, mr. Gerald Janssen op 020 5400170 of mailen op info@gaylegal.nl