Mediation als verplichte rechtsgang haalt de essentie eruit.

Tweede Kamerlid Ard van der Steur heeft drie voorstellen ingediend met betrekking tot mediation in de rechtspraktijk. Het betreft de Wet registermediator, Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht en de Wet bevordering van de mediation in het bestuursrecht. In het werkveld van de advocaten en de mediators, alsmede de politiek zijn er kritische vraagtekens gesteld bij deze wetsvoorstellen. Een korte analyse.

Met de wetsvoorstellen wordt beoogd de druk op de rechterlijke macht te verminderen en dat partijen geschillen vaker op een alternatieve manier beslechten. In het burgerlijk recht moeten partijen voorafgaand een civielrechtelijke procedure mediation overwegen. Daarnaast worden een groot aantal civiel rechtelijke procedures genoemd waarin de rechter verplicht wordt om verwijzing naar mediation te overwegen. Wettelijke kwaliteitseisen aan de mediators en overheidstoezicht worden daarbij ook geïntroduceerd.

Vanuit de politiek zijn er al kritische kanttekeningen gemaakt. Zo heeft de SGP een amendement ingediend waaruit blijkt dat het thans al verplicht gestelde ouderschapsplan tijdens een mediation wordt opgesteld. Oftewel, ouders moeten in het belang van het kind tijdens de echtscheiding eerst langs een mediator zijn geweest voor het opstellen van het ouderschapsplan. Doel hiervan is om “ de emotionele gevolgen van een scheiding voor kinderen zoveel mogelijk te beperken”.

Het voornaamste en meest gehoorde bezwaar is dat het opnemen van mediation in de wet niet leidt tot dejuridisering, maar juist tot juridisering. De toegang tot de rechter zou worden beperkt en een verplichtstelling een averechts effect zal hebben op de ontwikkeling van mediation.

Mediation heeft als kernwaarden vrijwilligheid, vrijblijvendheid, vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid en neutraliteit van de mediator. Juist de bedoeling van partijen om er toch in onderling tot een oplossing te komen is de basis. Echter, door het verplicht stellen van mediation in verreweg de meeste zaken wordt de basis onderuit gehaald en worden mensen in een overleg geduwd die ze gedwongen helemaal niet willen. In de VS is mediation in de wet opgenomen en betekende dat een einde aan de positieve ontwikkeling ervan. “ It has been boxed “ is een veel gehoorde reactie.

Is het verplicht stellen van mediation nu een goede ontwikkeling in Nederland. Het raakt zeker het familierecht met de onderwerpen erfrecht, echtscheiding, omgang, alimentatie en gezagskwesties. Het is uiteraard te prevaleren dat partijen in overleg gaan om er zonder tussenkomst van de rechter uit te komen. Immers, men heeft dan nog invloed op de uitkomst. Alleen het verplicht stellen werkt mijns inziens niet. Indien partijen niet willen, dan willen ze niet. De praktijk laat zien dat stellen vaak zelf al een ouderschapsplan opstellen, daar is geen mediation voor nodig. Mediation is juist nodig indien er onoverkomelijke problemen zijn en beide partijen de intentie hebben om het op te lossen. Een verplicht karakter pas niet bij dit instrument.

De toegevoegde waarde van een verplichtend karakter is niet duidelijk omdat de huidige systematiek afdoende werkt. Bij een vechtscheiding wordt in het belang van de kinderen door de rechter al verwezen naar een mediator. Wel is het een goed voorstel om de mediator als zodanig een plek te geven in de wet en met waarborgen en kwaliteitseisen te omkleden.

In voorgaande uiteenzetting[1] is geprobeerd meer informatie te geven over de scherpe randjes van de nieuwe wetgeving op het gebied van mediation. Zoals gezegd is het van belang om u zo goed mogelijk te laten adviseren en Gaylegal kan daarbij de benodigde informatie verstrekken. Indien u naar aanleiding van dit bericht vragen heeft kunt u contact opnemen met de advocaat van Gaylegal, mr. Gerald Janssen op 020 5400170 of mailen op info@gaylegal.nl



[1] Bron: Advocatenblad Nieuws